Onderzoek: Vier op de vijf Nederlanders wil thuis oud worden, maar de woning is er niet klaar voor

Gezond en zelfstandig ouder worden in de vertrouwde omgeving is de ultieme wens van verreweg de meeste Nederlandse senioren. Maar in hoeverre sluit de huidige woonsituatie eigenlijk aan op die toekomst? Voor het Smienk Woononderzoek 2026 zijn 500 Nederlandse 55-plussers uitgebreid ondervraagd over hun plannen en verwachtingen.

 

De antwoorden schetsen een opvallend consistent en tegelijkertijd zorgwekkend beeld. De wens om thuis te blijven wonen is weliswaar breed gedeeld, maar de realiteit van de woningmarkt maakt dit voor veel mensen aanzienlijk moeilijker dan gedacht. Slechts 24% van de ondervraagden beoordeelt de eigen woning namelijk als volledig geschikt om oud in te worden.

 

Toch overweegt de helft van de respondenten helemaal niet te verhuizen. De belangrijkste reden hiervoor laat zich raden: maar liefst 79% vinden het aanbod aan geschikte seniorenwoningen in de eigen regio zwaar onvoldoende. Wie wil verhuizen, komt er simpelweg niet tussenin. Dit levert een pijnlijke situatie op waarin veel ouderen niet bewust kiezen om te blijven, maar feitelijk worden gedwongen om te wonen in een huis dat daar niet op is ingericht. Het grootschalige onderzoek brengt deze kloof nauwkeurig in kaart.

De woonsituatie van Nederlandse 55-plussers nader bekeken

De overgrote meerderheid van de Nederlandse 55-plussers woont momenteel in een koopwoning die zij destijds zelf hebben uitgekozen en ingericht. Dat geeft de vrijheid om aanpassingen te doen, maar ook de plicht om zelf tijdig na te denken over de vraag of de woning nog past bij een toekomst waarin de mobiliteit afneemt. Terwijl de wens om thuis oud te worden breed gedragen wordt, loopt de feitelijke geschiktheid van de woning daar in veel gevallen flink achteraan.

 

Van de 500 ondervraagden geeft slechts 24% aan in een huis te wonen dat nu al volledig toekomstbestendig is. De grootste groep, bestaande uit 59% van de respondenten, beoordeelt de woning als redelijk geschikt, maar erkent direct dat er nog noodzakelijke aanpassingen moeten worden gedaan. Daarnaast zegt 15% dat de huidige woning er eigenlijk helemaal niet geschikt voor is.

Hoe geschikt is de woning

Wanneer we deze laatste twee groepen samenvoegen, blijkt dat driekwart van alle respondenten in een woning leeft die onvoldoende is voorbereid op de dag dat de mobiliteit achteruitgaat. Ondanks die realiteit heeft de helft van de senioren geen verhuisplannen. Dit heeft alles te maken met de krapte op de markt; van de ouderen die zich wel ooit hebben ingeschreven voor een seniorenwoning, staat 39% inmiddels al langer dan vijf jaar op een wachtlijst. De conclusie is helder: veel senioren willen best verhuizen, maar zien simpelweg geen realistisch alternatief in hun eigen regio.

Berust, niet onbezorgd

Opvallend genoeg zorgt deze vastgelopen situatie er niet voor dat de meeste ouderen slapeloze nachten hebben. Van de ondervraagden geeft 64% aan weinig tot geen zorgen te hebben over hun toekomstige woonsituatie, terwijl slechts 17% zich veel of zeer veel zorgen maakt.

 

Hoewel dit op het eerste gezicht geruststellend klinkt, blijkt bij doorvragen dat de realiteit genuanceerder ligt. Maar liefst 40% van de senioren heeft namelijk in enige of sterke mate het gevoel vast te zitten in de huidige woning bij gebrek aan passende alternatieve woonruimte. De rust die uit de cijfers spreekt, is dan ook deels een schijnrust; het is geen onbezorgdheid, maar eerder een berusting in de situatie zoals die is.

De traplift als onbetwiste favoriet bij mobiliteitsverlies

Inmiddels heeft meer dan een derde van de respondenten de woning al op de een of andere manier aangepast. Van de groep die dat nog niet heeft gedaan, overweegt 28% dit actief, terwijl 34% bewust afwacht tot het moment dat het écht noodzakelijk wordt. Dit uitstelgedrag is begrijpelijk, maar brengt risico’s met zich mee. Wie pas in actie komt na een val of een acute verandering in de gezondheid, heeft vaak weinig tijd en keuze meer.

 

Gevraagd naar de aanpassingen die zijn gedaan of worden overwogen, springt de traplift er met kop en schouders bovenuit. Maar liefst 77% van de respondenten noemt deze optie, waarmee het met een flinke voorsprong de populairste keuze is, gevolgd door beugels en handgrepen met 46% en het verwijderen van drempels met 19%. Een traplift maakt het mogelijk om alle verdiepingen van het huis te blijven gebruiken, wat voor de meeste mensen de absolute kern van zelfstandig wonen vormt.

 

Wanneer we de respondenten expliciet vragen naar hun allereerste prioriteit op het moment dat de mobiliteit achteruitgaat, is het antwoord eenduidig. Ruim 47% kiest als eerste logische stap voor een traplift. Verhuizen naar een gelijkvloerse woning volgt op de tweede plaats met 17%, maar dit is een optie die voor velen door het gebrek aan aanbod onbereikbaar blijft.

Eerste Keuze Bij Mobiliteit Verlies

Hierdoor is de traplift niet alleen de populairste, maar vaak ook de meest realistische oplossing. Het algehele vertrouwen in woningaanpassingen is dan ook groot: 77% van de respondenten is ervan overtuigd dat dergelijke ingrepen hen in staat stellen om aanzienlijk langer zelfstandig thuis te blijven wonen. Het geloof in de oplossing is er dus wel, maar de stap om hier daadwerkelijk op tijd naar te handelen ontbreekt nog te vaak.

Bewust uitstelgedrag en de noodzaak van een medische trigger

De resultaten uit het onderzoek laten zien dat de grootste belemmeringen om de woning tijdig aan te passen niet van praktische, maar van psychologische aard zijn. De woning leent zich er vaak wel voor en ook de financiële drempel speelt voor de meerderheid geen doorslaggevende rol. Wat mensen vooral tegenhoudt, is het gevoel dat het nu simpelweg nog niet nodig is.

 

De meest genoemde reden om nog geen actie te ondernemen is dat 34% bewust wacht tot aanpassing echt noodzakelijk is, terwijl 29% het nu nog te vroeg vindt. Samen beslaat dit ruim de helft van de respondenten die nog niets hebben ondernomen. Financiële kosten vormen voor slechts 18% een drempel en slechts 5% geeft aan dat de woning technisch gezien niet geschikt is voor aanpassingen. De belemmering zit dus voornamelijk in de beslissing zelf en dat is precies waar het risico ligt: wie wacht tot het noodzakelijk is, wacht in de praktijk vaak te lang.

 

De harde realiteit is dat een verandering in de gezondheid voor de meeste senioren de enige échte trigger is om in actie te komen. Maar liefst 53% van de ondervraagden geeft aan dat een ingrijpende gebeurtenis zoals een val, een medische diagnose of een ziekenhuisopname de knop definitief doet omslaan. Hoewel dit een logische reactie is, is dit ook precies de situatie waarin er plotseling veel haast geboden is en de rust ontbreekt.

 

Het regelen van een traplift of een badkameraanpassing op zo’n crisismoment is vele malen stressvoller dan wanneer men de tijd neemt om zich rustig te oriënteren en voor te bereiden. Daarnaast geeft 37% aan dat zij sneller van gedachten zouden veranderen als er meer geschikte woningen in de eigen regio beschikbaar zouden zijn, wat het eerdere beeld bevestigt dat aanpassen voor een grote groep geen pure voorkeur is, maar een noodzaak door het gebrek aan alternatieven op de woningmarkt.

Behoud van eigen regie versus een falende overheid

Als het gaat om de uiteindelijke beslissing om de woning aan te passen, houdt de Nederlandse senior het liefst zelf stevig de touwtjes in handen. In 43% van de gevallen geeft de bewoner zelf de doorslag bij die beslissing, op de voet gevolgd door de partner met 23%.

 

Een acute val of gezondheidsprobleem staat met 15% op de derde plek als directe aanjager. Kinderen, behandelend artsen en ergotherapeuten spelen in de praktijk slechts een marginale rol bij de besluitvorming, hoewel zij vaak wel degenen zijn die het gesprek over de woontoekomst als eerste op gang brengen.

 

Dit sterke gevoel van autonomie staat in schril contrast met het oordeel over de landelijke politiek, waarover de ondervraagden opvallend kritisch zijn. Bijna twee derde van de respondenten, namelijk 63%, voelt zich nauwelijks of zelfs helemaal niet gehoord door de overheid als het gaat om de woonproblematiek voor ouderen. Slechts een schamele 7% ervaart daartegen het gevoel wel volledig gehoord te worden.

Wie Beslist

Dit harde oordeel sluit naadloos aan bij het geschetste maatschappelijke beeld van ellenlange wachtlijsten, een chronisch tekort aan geschikte woningen en een vastgelopen woningmarkt die senioren weinig flexibiliteit biedt. Dit diepe gevoel van miskenning beïnvloedt ook het vertrouwen in externe oplossingen; wie niet gelooft dat de overheid het probleem gaat oplossen, zal sneller het heft in eigen handen moeten nemen.

Over het Smienk Woononderzoek 2026

Voor dit onafhankelijke onderzoek zijn in de maanden mei en juni 2026 via een online enquête 500 Nederlandse respondenten van 55 jaar en ouder ondervraagd. De samengestelde steekproef is representatief naar leeftijdscategorie (lopend van 55 tot tachtigplus), geslacht en provincie. In totaal zijn er 29 diepgaande vragen gesteld over de huidige woonsituatie, de bereidheid tot aanpassen, de verhuisgeneigdheid en de algemene toekomstverwachting. Het onderzoek is specifiek opgezet rondom de drie centrale thema’s woninggeschiktheid, feitelijk aanpassingsgedrag en de psychologische belemmeringen in de besluitvorming.

Sluiten  X
Mockup Pdf Website (245 X 300 Px)

Ontvang ons gratis e-book

Vul uw e-mailadres in en ontvang binnen enkele minuten ons gratis e-book in uw mailbox.

Door verzenden van dit formulier gaat u akkoord met ons privacy beleid.

Bedankt! Het kan enkele minuten duren voordat u de mail ontvangt.